Oorsprong
Abies procera 'Glauca' is een cultivar van de nobele zilverspar, oorspronkelijk afkomstig uit het westen van Noord-Amerika. De soort groeit in het wild vooral in het kustgebied van de Verenigde Staten, met name in Washington en Oregon. Deze conifeer is geïntroduceerd in Europa als sierboom. De cultivar 'Glauca' kenmerkt zich door zijn opvallende blauwgrijze naalden.
Kenmerken
Abies procera 'Glauca' is een middelgrote tot grote conifeer met een kegelvormige, opgaande groeiwijze. De naalden zijn stijf, kort, blauwgrijs en staan rondom de takken geplaatst. De bast is glad en grijs bij jonge bomen, later grof en schilferig. In de herfst verschijnen rechtopstaande, cilindrische kegels die een paarse tot bruine kleur hebben. Deze soort kan een hoogte bereiken van 15 tot 20 meter, maar blijft als cultivar vaak kleiner.
Verzorging
Abies procera 'Glauca' groeit het beste op een zonnige standplaats met goed doorlatende, vochtige grond. De plant verdraagt geen langdurige droogte of natte voeten. Regelmatige controle op luis en schimmelziekten wordt aangeraden. Deze conifeer is winterhard en bestand tegen luchtverontreiniging. Snoeien is doorgaans niet noodzakelijk.