Oorsprong
De Chamaecyparis obtusa 'Nana Gracilis', ook wel de Japanse dwergcipres genoemd, vindt zijn oorsprong in Japan. Deze boomsoort is veel terug te vinden in het bergachtige gebied van Honshu en Kyushu. De 'Nana Gracilis' is een cultivar en wordt sinds de 19e eeuw in Europa en Noord-Amerika gekweekt vanwege zijn sierwaarde.
Kenmerken
De Chamaecyparis obtusa 'Nana Gracilis' is een langzaam groeiende dwergconifeer die na vele jaren een hoogte kan bereiken van ongeveer 2,5 meter. De boom heeft een compacte en opgaande groeivorm met donkergroene, geschubde bladeren. De bladeren zijn samengedrukt en liggen dicht tegen elkaar. Kenmerkend zijn de opvallende, kleine, ronde kegels die in het najaar verschijnen.
Verzorging
De Chamaecyparis obtusa 'Nana Gracilis' wordt vaak als sierplant gebruikt en stelt weinig eisen aan de grondsoort. Hij verdraagt zowel zon als halfschaduw. De grond moet wel goed gedraineerd zijn om wortelrot te voorkomen. Snoeien is niet noodzakelijk behalve bij vormbehoud. De plant wordt meestal eenmaal per jaar in het voorjaar bevochtigd met een mengsel van langzaam vrijkomende meststoffen.